Dit is de meting waarmee Geony zichzelf bewees, integraal gedeeld omdat de cijfers het verhaal beter vertellen dan wij. Onderwerp: een Nederlands creatief productiebedrijf. Opzet: zestig klantvragen, elk drie keer gesteld aan ChatGPT, Gemini en Claude; 180 metingen in totaal, allemaal met webverankering.

De uitkomst die alles bepaalde

Bij de belangrijkste concurrent in het speelveld (een internationale vergelijkingssite) was de spreiding het grootst: genoemd in 36% van de Claude-antwoorden (interval 26 tot 47), 5% bij ChatGPT (2 tot 13) en 1% bij Gemini (0 tot 7). Dezelfde vragen, dezelfde week, drie werkelijkheden. De intervallen van Claude en ChatGPT overlappen niet: dit verschil is bewezen, geen steekproeftoeval.

Waarom de assistenten het oneens zijn

De verklaring zat in de bronnen. Van de 398 domeinen die de drie assistenten samen citeerden, kwam 316 bij precies één assistent voor; slechts negen domeinen werden door alle drie geciteerd. Elke assistent leest dus een ander internet, en beveelt daardoor andere bedrijven aan. Wie zijn AI-strategie op één assistent bouwt, optimaliseert voor een derde van het speelveld.

Van meting naar werklijst

De bronanalyse maakte het concreet: het eigen domein werd nergens geciteerd, terwijl twee vergelijkingsplatforms samen het halve antwoord bepaalden. De werklijst schreef zichzelf: eerst de vermeldingen op die platforms compleet en actueel maken (de kortste route naar het antwoord), daarna de eigen site citeerbaar maken voor de vragen waarop niemand genoemd werd; dat bleek de helft van alle vragen te zijn.

Wat je hieruit mag meenemen

Drie dingen. Meet over meerdere assistenten of meet niet; de verschillen zijn geen ruis maar structuur. Eis intervallen bij elk percentage, anders kun je echte verandering niet van toeval onderscheiden. En begin bij de bronnen, niet bij je eigen site: het antwoord wordt elders bepaald. De volledige methode staat hier, en de doorlopende cijfers publiceren we elk kwartaal in de AI-Zichtbaarheidsindex.