Je hebt het vast langs zien komen: een plugin die belooft je site "AI-ready" te maken met één klik. Wat je krijgt is een llms.txt, een tekstbestand in de root van je domein met een samenvatting van je belangrijkste pagina's. Het idee klinkt logisch. Je vertelt taalmodellen netjes wat er op je site staat, zij pakken het op, jij wordt zichtbaarder in ChatGPT, Gemini en Claude.

Er is één probleem. Er is geen bewijs dat ook maar één grote AI-assistent het bestand ophaalt, laat staan gebruikt.

Wat Google er zelf over zegt

John Mueller van Google was op 17 juni 2025 onomwonden: op dat moment gebruikte geen enkel AI-systeem llms.txt. Dat is geen vage disclaimer, dat is een directe ontkenning van de belofte waarmee plugins als Yoast het bestand aanbieden.

Google Search Central bevestigt de lijn: je hebt geen speciale AI-bestanden nodig om in generatieve zoekresultaten te verschijnen. Mueller trok zelfs een vergelijking die pijnlijk accuraat is: llms.txt lijkt op de meta keywords-tag. Zoekmachines negeren die al meer dan tien jaar, om precies één reden. De site-eigenaar vult hem zelf in. Een signaal dat je volledig zelf bepaalt, is per definitie geen betrouwbaar signaal.

Gary Illyes ging op Search Central Live nog een stap verder. Google ondersteunt llms.txt niet en is dat ook niet van plan. Op 3 december 2025 dook het bestand wel kort op in Googles eigen developer docs, wat online meteen als bewijs van een ommezwaai werd gepresenteerd. Het verdween weer en er kwam geen enkele beleidswijziging achteraan. Een bestand in een documentatierepo is geen crawlinstructie.

"Geen enkel AI-systeem gebruikt llms.txt op dit moment." John Mueller, Google, juni 2025

Wie gebruikt llms.txt dan wel?

De adoptie is er, maar ze zit in een heel specifieke hoek: ontwikkelaarstools, AI-bedrijven, technische documentatie en SaaS-platformen. Daar heeft het bestand ook een zekere logica. Als je API-documentatie aanbiedt en developers voeren die documentatie handmatig in een coding assistant, dan is een schoon, samengevat tekstbestand praktisch. Dat is een concrete gebruikssituatie met een menselijke gebruiker die het bestand zelf aanreikt.

Wat je niet ziet, is adoptie bij gewone merken, webshops, dienstverleners of mediabedrijven. Precies de partijen aan wie plugins het bestand nu verkopen. Het gat tussen de niche waar het werkt en de markt waaraan het wordt aangeboden, is de kern van het probleem.

Crawlbudget is geen gratis valuta

Er wordt vaak gezegd: baat het niet, dan schaadt het niet. Toch is dat te makkelijk, want crawlen kost iets.

Cloudflare Radar publiceert de crawl-to-refer ratio: hoeveel pagina's een bot ophaalt per bezoeker die hij terugstuurt. In juli 2025 crawlde ClaudeBot 38.065 pagina's per doorverwezen bezoeker. Zes maanden eerder was die verhouding nog 286.930 op 1. Bingbot zat in dezelfde periode rond 40 op 1.

Dat betekent dat AI-crawlers enorm veel ophalen en weinig teruggeven. In die context is het onverstandig om crawlaandacht te besteden aan een bestand dat aantoonbaar door niemand wordt opgehaald en dat je bovendien actueel moet houden. Een verouderde llms.txt met dode links en oude prijzen is erger dan geen llms.txt. Het is onderhoud zonder opbrengst, oftewel dure symboliek.

Het verkeer dat AI wél oplevert

De reden dat mensen naar snelle oplossingen grijpen, is begrijpelijk: AI-verkeer converteert opvallend goed. Ahrefs zag in juni 2025 dat 0,5% van het verkeer uit AI-zoekmachines verantwoordelijk was voor 12,1% van de aanmeldingen. Dat is ruwweg 23 keer hogere conversie dan gemiddeld.

Maar benchmarks spreken elkaar tegen, en dat hoort erbij. Semrush kwam in 2026 uit op 4,4 keer hogere conversie voor AI-verkeer. Amsive vond in eigen onderzoek helemaal geen statistisch significant verschil, met een p-waarde van 0,794. Drie serieuze partijen, drie uitkomsten.

De conclusie is niet dat iedereen ongelijk heeft. De conclusie is dat je eigen cijfers zwaarder wegen dan andermans benchmark. Zeker zwaarder dan een losse-bestandstruc die belooft alles in één klik op te lossen. Hoe je dat meet, staat uitgewerkt in de meetmethode.

Zichtbaarheid in het antwoord is belangrijker dan de klik

Semrush analyseerde miljarden bezoeken over 17 sectoren tussen januari en december 2025. AI-verkeer groeide 66%, maar bleef met een aandeel van 0,14% van het totale verkeer klein.

Daar zit de echte les. Als je alleen naar kliks kijkt, is AI-zichtbaarheid een rondingsfout. Maar de gebruiker die in ChatGPT vraagt welke aanbieders in Nederland het beste passen, krijgt een antwoord met of zonder jouw naam erin. Die vergelijking gebeurt in het antwoord, niet op je site. Word je niet genoemd, dan val je af voordat er iets te klikken is.

Dat is ook waarom veel sites technisch perfect maar onzichtbaar zijn: alle SEO-vinkjes staan groen, en in AI-antwoorden komt het merk niet voor.

Wat wel effect heeft

Geen enkele van de volgende punten is een truc met één bestand. Ze werken omdat ze de bron verbeteren waaruit modellen antwoorden samenstellen.

Dat laatste is het punt waarop llms.txt definitief door de mand valt. Het bestand levert geen meetbare uitkomst. Er is geen dashboard waarin je ziet dat het is opgehaald en geen verband met een stijging in vermeldingen. Aangetoond, niet aangenomen, is de norm. llms.txt haalt die norm niet.

Moet je het dan weggooien?

Nee, niet per se. Als het bestand er al staat en het genereert zichzelf zonder onderhoud, dan is de schade beperkt. Zie het als een gok op een standaard die misschien ooit wordt overgenomen.

Wat je niet moet doen, is het als strategie beschouwen. Geen budget, geen projectplan en geen kwartaaldoel dat leunt op een bestand waarvan Google twee keer publiek heeft gezegd dat het niet wordt gebruikt.

Wil je weten of jouw merk nu genoemd wordt in ChatGPT, Gemini en Claude, begin dan met een meting in plaats van met een plugin. Doe de gratis AI-check en bekijk daarna welke stappen echt bijdragen aan het AI-zichtbaarheid verbeteren van je merk.

Een tekstbestand in je root verandert niets aan wat modellen over je zeggen. De inhoud waar ze uit trekken, wel.